Het Groothertogdom Litouwen (1240-1795)

Litouwen, Litva, Lietuva: oorspronkelijk een oud-Slavische woord voor “het leger” of “het leger in wolvenhuid”.

Litvin, Litouwer: tot eind 18e eeuw = een etnisch Wit-Rus.

Wit-Rusland = Rusia Alba = Ruthenia: in de buitenlandse bronnen tot 16e eeuw het gebied van Novgorog (Rusland), later van Polatsk en Moskovie. De namen Wit-, Rood-, Zwart -, Malo -Rus’ (Rusland) kwamen vanaf c.a.1800 door de Russische tsaar steeds meer in gebruik om de gebieden van Litva (nu: Belarus), deel van Oekraïne en Oost Polen te onderscheiden als delen van het Russische Rijk. In het Russische Rijk werd het groot gebied ook soms Noord-West Provincie genoemd.

Zhamojtija, Zhmud, Aukshtota: het gebied van de moderne Republiek Litouwen tot de 18e eeuw.

Vilnius, Vilna (9e eeuw -1939): èèn van de oudste Wit-Russische steden, meerdere jaren cultureel en politiek centrum van het Groothertogdom Litouwen. Werd in 1939 aan Litouwse SSR door het nieuwe communistische regime weggegeven.

Dynariy, Dukat, Grosh, Taler: een geld èènheid in het Groothertogdom Litouwen.

 

Mysterious Kingdom

Veel mensen geloven dat de Wit-Russen tot 1991 nooit een eigen staat hadden. En dat Wit-Rusland altijd deel heeft uitgemaakt van Rusland. Weinig mensen in het Westen weten over het bestaan van het Groothertogdom Litouwen – de middeleeuwse Wit-Russische staat en de hoogtijd van de Wit-Russische natie. Ook hier schept de naam verwarring. Zelfs velen die weten van het vroegere bestaan van het Groothertogdom Litouwen denken dat dit de staat is welke voor de Republiek Litouwen bestond.

In meerdere Europese bronnen vinden wij nagenoeg geen enkel woord over de Wit-Russen die deze staat opgericht hadden en voor die tijd op hoog Europees niveau brachten. Ook dat de oorspronkelijke hoofdstad van de “Litouwse” staat Navaharodak (Novogrudok) was, een Wit-Russische stad 100 km ten zuidoosten van Minsk, en de officiële taal oud-Wit-Russisch was, weet niet iedereen.  De naam Litva werd vanaf de 12e eeuw gebruikt om te verwijzen naar het hele grondgebied van Wit-Rusland van nu. Terwijl het grondgebied van moderne Litouwen, die bewoond was door Baltste stammen werd aangeduid als Zhmudz (Zhud), Zhamojtija of Aukshtota. Pas in de 19e – 20e eeuw was de naam Litva overgedragen aan moderne Litouwen.

De oorsprong van het Groothertogdom

Het-Groothertogdom-1650

Het Groothertogdom Litouwen is een van de meest interessante hoofdstukken in de geschiedenis van Belarus. Deze middeleeuwse staat ontstond in de 13e eeuw door het samengaan van Navaharodak, Polatsk, Turau, Pinsk en Smolensk. Het was een krachtige en grote staat met eigen parlement, wetboeken en democratie van het hoogste niveau in die tijd. Het Groothertogdom Litouwen strekte zich uit van de Oost Zee in het noorden tot de Zwarte Zee in het zuiden en van Brest (Biarestje) in het westen naar Smolensk in het oosten.

De territoriale kern en de sleutel tot de macht van het Groothertogdom Litouwen werd Wit-Rusland.

Het Wit-Russisch etnisch element was dominant in het politieke, economische en culturele leven van het vorstendom. Officiële taal en medium van communicatie tussen mensen was de oude Wit-Russische taal. Alle wetboeken van het Groothertogdom werden geschreven in het oud-Wit-Russisch:

 – Vislichsky Statuut in 1423-1438;

 – Boek voor de Rechtbanken van Kazimir in 1468;

 – De Statuten (De Grondwet) van 1529, 1566 en 1588;

– Tribunaal van 1586

en een groot aantal documenten waaronder de metrische papieren en statistieken. Samen een archief dat meer dan honderd volumes heeft.

Deze periode in de geschiedenis van Wit-Rusland is gekenmerkt door de constructie van kastelen, vestingen en burchten. De nieuwe staat had bescherming nodig. Het Belarus van toen werd “Land van Kastelen” genoemd. Helaas hebben niet allen de vele oorlogen en invasies overleefd. Degene die nog staan zijn de stille getuigen van de roemrijke tijden van toen en bewaren de eeuwige mysteries over adel en ridders.

Volgens Gustynskaya Chronicle werd Mindoug (volgens Litouwse bronnen: Mindaugas) de heerser in Navaharodak (moderne Navagrudak) in de 13e eeuw.

In 1246 doet hij afstand van het oud-Russisch orthodoxe geloof en wordt katholiek. Vanaf dat moment erkent de hele katholieke wereld het Groothertogdom Litouwen als een gelijke aan andere West-Europese landen.

De groothertog Algerd (1345 – 1377) (volgens Litouwse bronnen: Algerdas) breidde het Groothertogdom Litouwen uit naar het oosten. Onder zijn bewind werd een aanzienlijk deel van Smolensk, Pskov, Bryansk, Kaluga, en Tver regio’s aan het Groothertogdom gekoppeld. Troepen van Algerd hadden in 1368, 1370 en 1372 Moskou veroverd.

AlgerdIn 1363 versloeg Algerd de Tartaarse Orde op De Blauwe Wateren (de zijrivier van Bug). Sindsdien werd Podolsk, Tsjernihiv en Volyn ook een deel van het Groothertogdom Litouwen. Deze gebeurtenissen en verdere versterking van de militaire en politieke kracht van het Groothertogdom verhoogde de internationale prestige van het land. De Groothertog was niet alleen “van Litouwen”, maar werd ook “van Rus (van Rusland) – Wit, Rood, Zwart en van Gallitsia i Volyn” nu genoemd.

De situatie veranderde na de dood van Algerd en in het begin van de regeerperiode van zijn zoon Jagaila (Jagiello)(1377 – 1392). De dynastieke strijd tussen Jagaila, zijn broers Vitaut, Keystut en hun oom laat ruimte voor de agressieve politiek van de Tataarse Orde  en het Vorstendom Moskou. Jagaila zoekt steun in Polen.

 

Dynastieke strijd en alliances: eerste unie met Polen

In 1385 werd de unie met Polen (Unie van Krevo) ondertekend. Volgens de regels van de nieuwe coalitie neemt Jagaila de naam Wladyslaw, trouwt met de Poolse koningin Jadwiga en wordt uitgeroepen tot de Koning van het Groothertogdom Litouwen en Polen. Vanuit zijn positie geeft Jagaila privileges aan katholicisme en minder rechten voor de orthodoxen.

 

Broer van Jagaila, Vitaut (volgens Litouwse bronnen: Vitas, Duitse: Witold), gebruikt de politieke confrontatie en bereikt in 1392 een overeenkomst die het Groothertogdom grote autonomie in de alliantie met Polen geeft. Vitaut heeft ambitieuze plannen om het Vorstendom Moskou en Novgorod onder controle te krijgen. Samen met de Tataarse Khan Tahtamysh (die in de ballingschap was) gaat hij tegen het leger van de Gouden Orde vechten. De grootste slag had de coalitie Vitaut – Tahtamysh op 12 augustus 1399 van de Tataarse Gouden Orde verloren. Vitaut was gedwongen om in 1401 ( de vorige overeenkomst met Polen te bevestigen (de Radomski Unie).

In 1409 begint de oorlog van het Groothertogdom Litouwen en Polen tegen de Kruisvaarders (voornamelijk Duitse Orde). De meest bekende slag was de slag bij Grünwald  op 15 juli 1410. Deze slag veranderde de geschiedenis van de Europese Middeleeuwen. Het verenigde Pools-Litouwse leger won deze slag. Voor vijf eeuwen houden de invasies van de kruisvaarders naar de Slavische landen op.

GrunwaldNa de dood van Vitaut in 1430 wordt zijn jonge broer Svydrygajla de Groothertog. Hij geeft meer rechten aan Russen en Oekraïners in het “groot” parlement. Dit beleid veroorzaakt wrevel bij de Poolse en Wit-Russische adel. Svydrygajla vlucht naar Polatsk waar hij het Nieuwe Russisch Groothertogdom opricht. Er breekt een burgeroorlog uit (1432-1436). De burgeroorlog leidt tot een impasse. In 1432 en 1434 worden er twee privileges gepubliceerd waarin wordt gesteld dat de katholieken en orthodoxen wettelijk gelijk waren. Toch houdt het Nieuwe Russische Groothertogdom van Svydrygajla in 1435 op te bestaan. Sigizmund, de andere broer van Vitaut, werd in 1440 in Vilna gedood.

KazimirHun Poolse neef Kazimir (zoon van Jagaila) werd de Groothertog. Hij bleef tot 1492 aan de macht en werd bekend door zijn wetboeken en privileges. De privileges waren slechts voorbehouden aan de adel (shliahta). De wetboeken waren bijzonder voor die tijd omdat ze geen onderscheid maakten tussen regio’s, religies, etnische groepen en met algemene straffen voor delicten en misdaden. De wetboeken bevatte ook wetten waarin stond beschreven dat buitenlanders geen recht hadden om overheid functies te bekleden of om land te kopen of te bezitten. Tevens werd wettelijk vastgelegd dat de Groothertog het gebied van het Groothertogdom niet mocht verkleinen of op generlei wijze in gevaar te brengen. Unieke en ingewikkelde juridische boeken als Sudebnik en Statuten van het Groothertogdom waren een van de eerste officiële wetten boeken van Oost Europa.

 

Federatie met Polen en het einde van Rzecz Pospolita

In 1569 bij de Unie van Lublin verenigde het Groothertogdom met Polen in een federale staat – Rzecz Pospolita. Volgens de Unie, werd Polen en het Groothertogdom gezamenlijk geregeerd door één koning terwijl op het gebied van militaire, juridische en wettelijke zaken de landen autonoom bleven.

Radzivill-KastelIn de 16e en 17e eeuw werden in het Groothertogdom Litouwen de belangrijkste beslissingen door de “adel (shliahta) democratie” genomen (anders dan in Rusland waar de tsaar de absolute macht had). Deze adel hinderde besluitvorming doordat zij het vetorecht hadden. Verder bewerkstelligde zij een afname van de afdracht van belastingen aan het centrale gezag maar zette deze opbrengsten wel lokaal in. Het gevolg was een verdere verzwakking van het centrale gezag.

Later, in de 18e eeuw, na de zogenaamde Noordelijke Oorlog met Rusland en Zweden, raakte de Pools-Wit-Russische staat in verval. Het Russische Rijk, die juist sterker na de overwinning op Zweden werd, begon de invasie van het Groothertogdom Litouwen. In 1772, 1793 en 1795 werd de overwonnen staat Polen-Groothertogdom Litouwen tussen Rusland, Pruisen en Oostenrijk verdeeld.

Het grootste deel van het Groothertogdom Litouwen werd door Rusland geannexeerd.