Het begin: Slaven, Balten en meer (v.Chr.35.000 – 1200)

Waar komen Wit-Russen vandaan?

Op het grondgebied van het moderne Wit-Rusland verscheen de primitieve mens tussen ca. 35.000 en 100.000 jaar geleden. De oudste nederzettingen van het stenen tijdperk werden gevonden in de regio Gomel. Sporen van oude stenen culturen werden ook gevonden in de regio’s Brest, Magileu en Grodna. Artefacten uit de bronstijd werden op het gehele grondgebied van Wit-Rusland gevonden. Tijdens de ijzertijd waren de stroomgebieden van de rivieren Dnepr, Dvina en Pripyat bevolkt door de mensen van Milograd-, Pommeren-, Dnepr – Dvina- en de Gefundeerde Keramiek cultuur.

Slaven, Balten en hun goden

Slaven op het grondgebied van het moderne Wit-Rusland kwamen na de Balten, in de eerste eeuw na Christus. Enkele eeuwen later waren ze verspreid over de gehele regio en vermengden zich met de Baltische stammen. Slaven en Balten werden als heidenen beschouwd. Ze geloofden in meerde goden.

Een van de belangrijkste goden was de machtige Perun  – Пярун. Deze vertegenwoordigde de donder, bliksem en de regen, maar was ook de bewaker van de ridders. In Wit-Rusland is Perun nog steeds bekend want zijn naam wordt in het Wit-Russisch gebruikt voor onweer.

Tegenstander van Perun was Veles (Volos) – Велес. Deze god van vee en rijkdom was de heerser van de onderwereld. In de oude tijd was hij misschien wel de sterkste god. Op veel plaatsen kan men nog enorme “stenen van Veles” vinden. Ook zijn naam kan men nog terug vinden in de naam van de stad Vilna (het huidige Vilnius) welke (volgens sommigen) naar hem werd genoemd.

De god van de lente stormen en vruchtbaarheid was Yarylo – Ярыла. Hij belichaamde het concept van de lente, het licht en warmte. Waar Yarylo kwam was er een goede oogst.

Voor de schoonheid, liefde en vrouwelijke vruchtbaarheid geloofden zij in de mooie godin met de naam Lyalia – Ляля. De ooievaar als symbool van vruchtbaarheid wordt in sommige gedeeltes van Belarus nog steeds “Lyaleka” genoemd. Als beschermer van huis en haard werd Tetia – Цёця vereerd. Tetia verscheen in de vorm van een volslanke vrouw. Zij was versierd met een rogge krans op haar hoofd en met brood en fruit in haar handen. Hoeder van alle smeden was Zhizhal – Жыжаль, van het heilige vuur – Znich – Зніч, en Zuzya – Зюзя de god van de winter en de vorst.

De oude mythologie zegt ook dat de verre voorouders van de moderne Wit-Russen de god Boi – Бой was. Deze god wandelde met zijn trouwe honden Stavra en Havra.

De voorouders geloofden in een leven na de dood. De doden werden begraven in kuilen en heuvels die nog te vinden zijn, maar vaak werden ze ook op een klein boot verbrand op het water.

In 1992 vierde Wit-Rusland het millennium van het christendom. In 992 werd het Polatsk bisdom gecreëerd.

Van stammen tot de vorstendommen

In die tijd was de belangrijkste bezigheid van de bevolking landbouw en akkerbouw. Ze kweekte rogge, tarwe, gierst, gerst en vlas. De families verenigden voor het gemeenschappelijke economische leven en vormden dorpen. Landbouwgrond, bossen en wateren waren het eigendom van de gehele gemeenschap. Van de 6e tot de 9e eeuw vormde de Slaven “politieke organisaties” en allianties van stammen. Zo ontwikkelen Slaven de feodale manier van leven. In het begin was het grootste deel van de bevolking vrij. Geleidelijk veranderde de situatie en kwamen er “vrije” en “afhankelijke” mensen. De afhankelijke mensen zou je kunnen beschouwen als dienaren.

De eerste staten – Polatsk en Turau

Polatsk (Polotsk) Vorstendom – Полацкае Княства


De eerste Oost-Europese staten vormden zich rond de 8-10e eeuw. De grote stammen van Krivitsji vergaderden zich rond Polatsk, Polyane rond Kiev en Ugro-Finnen samen met Slovenen rond Novgorod.

De algemene Europese trend van meer gecentraliseerde middeleeuwse staten kwam ook naar het gebied van Wit-Rusland. Polatsk werd voor het eerst in het jaar 862 in de kronieken genoemd als een van de belangrijkste steden van Oost -Europa. Haar vroege opkomst en snelle ontwikkeling was te danken aan de vaarroute “van Vikingen naar Grieken” (de verbonden rivieren Dnepr, Dvina, Lovats en Volhov).

Ragvolod – Рагвалод was de eerste gedocumenteerde figuur in de geschiedenis van Wit-Rusland. Hij begon in Polatsk te regeren in de jaren ’60 van de 10e eeuw met ambities om het gebied van het Polotsk vorstendom van de Baltische Zee tot de Prypiat rivier uit te breiden en andere stammen rond de hertogdom te verenigen. In 980 werd het besloten om de unie van Polatsk en Kiev op te richten. Deze werd op de gebruikelijke wijze van toen uitgevoerd: Ragneda – Рагнеда (de dochter van hertog Ragvolod) moest Yaropolk -Ярополк (de toenmalige vorst van Kiev) trouwen. Daar ging Vladimir van Novgorod niet akkoord mee. Hij dwong Ragneda met hem te trouwen zodat hij de vorst van Kiev kon worden. Ragneda zorgde voor het begin van de vorstelijke dynastie van Polatsk en Kiev. Na een mislukte poging om wraak te nemen en Vladimir te doden, werd zij en haar zoon Iziaslav naar een klein stadje gestuurd die special voor hun gebouwd werd (moderne Zaslavl in regio Minsk). Iziaslav kwam later aan de macht in Polatsk om de dynastie van Ragvolod daar te herstellen.

Sinds het begin van het jaar 1060 is Vseslav (Usiaslau) “De Magier”  – Усяслаў Чарадзей aan de macht. Een bijzondere vorst die Polatsk nog sterker maakte. Hij steunde Kiev in zijn strijd tegen de nomaden en bouwt zijn eigen Heilige Sophia Kathedraal die symbool van de spirituele en politieke macht was (Heilige Sophia Kathedralen zijn ook te vinden in Novgorod en Kiev). Met zijn dood begint het vorstendom Polatsk aan een proces van feodale fragmentatie: Minsk, Vitebsk, Drutsk, Iziaslav en andere delen vormen eigen “koninkrijkjes”.

In de 12-13e eeuw verenigen de Wit-Russische en Russische steden weer, nu tegen de Kruisvaders. De kruistocht van de Duitse ridders samen met de katholieke geestelijken richting Pskov, Polatsk en Novgorod begon in 1201 waarop fort Riga werd gebouwd. Om de algemene belangen te beschermen werd een enorm leger gevormd om expansie van de Kruisvaders naar de Slavische landen een halt toe te roepen. Het hoogtepunt van deze gebeurtenissen was het bekende gevecht op het ijs van het meer Tsjudskoe waar in 1242 Alexander – Аляксандр Неўскі, de vorst van Novgorod, het leger van de Kruisvaarders heeft verslagen.
Polatsk  als een voorbeeld van de Middeleeuwse democratie

Vetstja – Веча (een soort raad) in Polatsk speelde een belangrijke rol in het politieke leven sinds 12e eeuw. Vrije mensen van de verschillende lagen van de maatschappij namen deel aan Vetsеja. Burgers kwamen samen op het stadsplein om over een vraag te discussiëren. De vorst, het stadshoofd of de meest gerespecteerde oude man maakte een kort verslag van het probleem waarop de Vetsja bijeengeroepen werd, vervolgens gingen ze in discussie. De stemmen werden niet geteld maar het geluid dat de bevolking maakte besliste welke partij of standpunt het voordeel had.
De Raad beperkte de macht van de vorst, maar niet volledig. De vorst van Polatsk voerde intern beheer en rechtbank functies, verdeelde het land en sloot vrede met en tussen vijanden. De betrekkingen tussen de Vetstja en de vorst moeten worden beschouwd als de eerste stappen in de richting van de scheiding der machten – wetgevende (de Raad) en de uitvoerende (de Hertog).

 

Turau (Turov) Vorstendom – Тураўскае Княства

In de 10e eeuw werd rond Turau – Тураў (nu gemeente Zhitkovitstji, regio Homel) een tweede groot middeleeuws Wit-Russisch vorstendom gevormd. Turau komt in 980 voor het eerst voor in de kronieken. Aan het hoofd van deze staat stond een vorst samen met de oudste leiders van grote en kleinere stammen, die rond Turau verzamelden. Vetstja (de Raad) speelde ook hier een belangrijke rol, net als in Polatsk. Turau lag tussen Kiev en Polatsk en werd voortdurend in hun rivale strijd meegetrokken. Het vorstendom was een belangrijk religieus centrum, al sinds de pre-christelijke tijden. Recent werd op het grondgebied van het oude stadscentrum van Turau een plaats ontdekt waar de heidenen in die tijd rituelen uitvoerden en de verschillende goden aanbaden. In 1005 werd een van de eerste bisdommen (Kiryla Turauski – Кірыла Тураўскі) van de orthodoxe kerk opgericht.
In de stad waren er ongeveer 80 kloosters en tempels, die qua architectuur vergelijkbaar waren aan de kathedralen van Kiev en Vladimir. Het hoge cultureel niveau van Turau toont ook het Evangelie van 11e eeuw – het eerste christelijke handgeschreven boek van Wit-Rusland.

Er is een oude legende over de stenen kruisen die tegen de stroom naar Turau over de Pripyat rivier zijn gekomen.Volgens de geschiedenis van de stad, stonden deze stenen kruizen overall rond Turau en werden als wonderlijk beschouwd. Tijdens de Sovjetperiode werden de kruisen overstroomd, maar niet zo lang geleden zijn een aantal van hen weer op bijzondere wijze aan de oppervlakte verschenen. Ze zijn bij de kerkhof bij de grootste kerk van Turau gebracht. Sommige kruizen “groeien” letterlijk uit de grond (Foto: een van de kruizen in 2013).

 

De kruisen van Turau